Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF4435

Datum uitspraak2002-10-10
Datum gepubliceerd2003-02-12
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
ZittingsplaatsZwolle
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 02/74284
Statusgepubliceerd


Indicatie

AC-procedure / Afghanistan / beleidswijziging / opvang. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om in verband met nadere oordeelsvorming omtrent de recente wijzigingen van het beleid van verweerder inzake (terugzending naar) Afghanistan de voorlopige voorziening, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, Awb, toe te wijzen in die zin dat verweerder wordt gelast de uitzetting achterwege te laten tot op het beroep is beslist. Ten aanzien van het verzoek voorzover het betrekking heeft op de opvang overweegt de rechter dat niet is gesteld dat de onderhavige aanvraag niet binnen 48 uur is afgedaan, zodat als uitgangspunt heeft te gelden dat de aanvraag binnen 48 uur is behandeld. Ten aanzien van het verzoek verweerder te verplichten tot het doen van een verzoek om opvang aan het COA, overweegt de rechter dat dit niet op de weg van de rechter ligt, maar van verzoeker zelf. Het verzoek is op dat punt derhalve kennelijk niet-ontvankelijk voorzover het betrekking heeft op de opvang. Toewijzing verzoek in die zin dat verweerder wordt gelast uitzetting achterwege te laten totdat op het beroep is beslist.


Uitspraak

RECHTBANK te 's-GRAVENHAGE nevenzittingsplaats Zwolle sector vreemdelingenrecht voorzieningenrechter regnr.: Awb 02/74284 UITSPRAAK inzake: A, geboren op [...]1978, van Afgaanse nationaliteit, IND dossiernummer 0209.23.8093, gemachtigde: mr. R.F.M. Hendriks, werkzaam bij de Stichting Rechsbijstand Asiel te Arnhem, verzoeker; tegen: DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE (Immigratie- en Naturalisatiedienst), te 's-Gravenhage, verweerder. 1 Procesverloop 1.1 Bij beroepschrift van 27 september 2002 is beroep ingesteld tegen de beschikking van verweerder van 27 september 2002. Dit beroep is geregistreerd onder Awb 02/74285. Bij verzoekschrift van 27 september 2002 is verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist en verzoeker te behandelen als ware zijn aanvraag niet binnen 48 uur afgedaan dan wel verweerder te verplichten tot het doen van een verzoek tot opvang. 2 Overwegingen 2.1 De voorzieningenrechter stelt vast dat voldaan wordt aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.2 Bij brief van 2 oktober 2002 heeft de rechtbank aan partijen meegedeeld dat het beroep, geregistreerd onder Awb 02/74285, door een meervoudige kamer van de rechtbank zal worden behandeld. De rechtbank heeft hiertoe besloten in verband met nadere oordeelsvorming omtrent de recente wijzigingen van het beleid van verweerder inzake (terugzending naar) Afghanistan. 2.3 Reeds hierom bestaat aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, Awb, toe te wijzen in die zin dat verweerder wordt gelast de uitzetting achterwege te laten tot op het beroep is beslist. 2.4 Ten aanzien van het verzoek voor zover het betrekking heeft op de opvang overweegt de rechter als volgt. Niet is gesteld dat de onderhavige aanvraag niet binnen 48 uur is afgedaan, zodat als uitgangspunt heeft te gelden dat de aanvraag binnen 48 uur is behandeld. Ten aanzien van het verzoek verweerder te verplichten tot het doen van een verzoek om opvang aan het COA, overweegt de voorzieningenrechter dat dit niet op de weg van de rechter ligt, maar van verzoeker zelf. Het verzoek is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de opvang. 2.5 Er bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. 3 BESLISSING De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat verweerder wordt gelast uitzetting achterwege te laten totdat op het beroep is beslist; - verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk voor zover het betreft de opvang; - veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 322 onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan verzoeker dient te voldoen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.M. Elderman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar als griffier op 10 oktober 2002. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Afschrift verzonden: 10 oktober 2002